Namibië

Namibië, officieel de Republiek Namibië, is een land in Zuid-Afrika waarvan de westelijke grens de Atlantische Oceaan is. Het deelt grenzen met Angola en Zambia in het noorden, Botswana en Zimbabwe in het oosten en Zuid-Afrika in het zuiden en oosten. Het verkreeg onafhankelijkheid van Zuid-Afrika op 21 maart 1990 volgende op de Namibische Oorlog van Onafhankelijkheid. De hoofdstad en grootste stad is Windhoek (Duits: Windhuk). Namibië is een lidstaat van de Verenigde Naties (VN), de Southern African Development Community (SADC), de Afrikaanse Unie (AU), het Gemenebest van Naties en vele andere internationale organisaties. Het heeft vele namen gekregen: het land van contrasten, het land God in woede maakte, de leeftijdsloze land. Gedurende vele jaren was het alleen bekend als Zuid-West-Afrika, maar het nam de naam Namibië over van de Namib Desert. Na Mongolië is het op één na dunstbevolkte land ter wereld.

Het werd bezocht eind 18de eeuw door de Britse en Nederlandse missionarissen, maar werd een Duits protectoraat in 1884. In 1920 gaf de Liga van Naties het land in mandaat aan Zuid-Afrika, waarbij hun wetten en apartheidsbeleid één op één opgelegd werden. Lokale opstanden en brieven ongezonden door de traditionele Afrikaanse leiders als Hosea Kutako, dwongen in 1966 de Verenigde Naties directe verantwoordelijkheid te nemen over het grondgebied, de naam in 1968 te veranderen in Namibië en in 1973 de South West Africa People’s Organization (SWAPO) als officiële vertegenwoordiger van de Namibische bevolking te erkennen.

Namibië bleef gedurende deze tijd echter onder het Zuid-Afrikaanse bewind. Namibische leiders verlangde naar de onafhankelijkheid en begonnen guerrilla-activiteiten, vooral in het noorden. In 1970 sloot SWAPO een alliantie met Fidel Castro die Cubaanse troepen stuurde om samen met SWAPO-troepen te strijden voor onafhankelijkheid. Zuid-Afrika reageerde door in 1985 een interim-bestuur in Namibië aan te stellen. Namibië verkreeg volledige onafhankelijkheid van Zuid-Afrika op 21 maart 1990. De Namibische onafhankelijkheid viel samen met de terugtrekking van Zuid-Afrika uit Angola. Namibië werd vanaf dat moment bestuurd door een democratisch gekozen president, een premier, een kabinet en de Nationale Assemblee. Namibië is een van Afrika’s meest ontwikkelde en stabiele landen, met een stabiele meerpartijenstelsel parlementaire democratie en een geschatte bevolking van bijna 2 miljoen. Toerisme en de mijnbouw van edelstenen en metalen vormen de ruggengraat van de economie van Namibië. Ongeveer de helft van de bevolking leeft onder de internationale armoedegrens van US $ 1,25 per dag.

 

De natie heeft zwaar geleden onder de gevolgen van HIV en AIDS; naar schatting leven één op de zeven met aids en gevreesd wordt dat het aantal getroffenen door zelfs nog hoger ligt.

Canada

Canada (spreek uit /ˈkænədə/) is een land dat ruwweg de bovenste helft van Noord-Amerika bevat, zich strekkend vanaf de Atlantische Oceaan in het oosten, de Stille Oceaan in het westen en de Arctische Oceaan in het noorden. In omvang is het ’s werelds één na grootste land en deelt’s werelds langste gemeenschappelijke grens met de Verenigde Staten.

Canada werd millennia bewoond door diverse inheemse bevolkingsgroepen. Vanaf het einde 15de eeuw verkende Britse en Franse expedities eerst de Atlantische kust en later vestigden zich daar. Frankrijk vestigde in 1763 bijna al haar koloniën in Noord-Amerika na de Zevenjarige Oorlog. Toen drie Britse Noord-Amerikaanse koloniën in 1867 een confederatie vormde, werd Canada opgericht als een federale koninkrijk van vier provincies. Dit was het startpunt voor de aansluiting van andere provincies en gebieden en het startpunt van toenemende autonomie uit het Verenigd Koninkrijk. De autonomie werd in 1931 benadrukt door het Statuut van Westminster. In 1982 resulteerde dit uiteindelijk in verdere onafhankelijk vastgelegd in de Canada Act.

De federatie, bestaande uit tien provincies en drie territoria, maakt van Canada een parlementaire democratie en een constitutionele monarchie met koningin Elizabeth II als staatshoofd. Het is een tweetalig en multicultureel land met het Engels en het Frans als officiële talen, zowel op federaal niveau als in de provincie New Brunswick. Door zijn technologisch voortgang en industrialisatie heeft Canada een gediversifieerde economie afhankelijk van zijn overvloedige natuurlijke hulpbronnen en van de handel met met name de Verenigde Staten, waarmee Canada een lange en complexe relatie heeft. Canada is een lid van de G8, de NAVO, de OESO, WTO, het Gemenebest van Naties, de Francofonie, de OAS, APEC, en de Verenigde Naties.

Australië

Australië (officieel het Gemenebest van Australië) is een land op het zuidelijk halfrond, dat zowel ’s werelds kleinste continent is als ’s werelds grootste eiland (Tasmanië) heeft. Tot Australië behoren ook tal van andere eilanden in de Indische en de Stille Oceaan Oceans. Australië is de enige plek dat tegelijkertijd een continent, een land en een eiland is. Naburige landen zijn Indonesië, Oost-Timor en Papoea Nieuw Guinea in het noorden, de Salomonseilanden, Vanuatu en Nieuw Caledonië aan de noord-oost en Nieuw Zeeland naar het zuidoosten.

Ongeveer 40.000 jaar voordat eind 18de eeuw de Europese kolonisering begon, werden het Australische vasteland en Tasmanië bewoond door ongeveer 250 verschillende inheemse stammen (Aboriginal en Torres Strait-eilanders). Na sporadische bezoeken door vissers uit het onmiddellijke noorden en de Europese ontdekking door Nederlandse ontdekkingsreizigers in 1606 werd de oostelijke helft van Australië in 1770 opgeëist door de Britten en initieel bevolkt door strafrechtdeportatie naar de op 26 januari 1788 opgerichte kolonie New South Wales. De bevolking groeide gestaag in de volgende jaren, het continent werd ontdekt en nog eens vijf grotendeels zichzelf besturende Kroonkolinies werden opgericht.

Op 1 januari 1901 vormden de zes kolonies een federatie en het Gemenebest van Australië kwam tot stand. Sinds de vorming van de Federatie heeft Australië een stabiele liberale democratische politieke systeem en blijft het een Gemenebest rijk. De bevolking is net iets meer dan 21,7 miljoen met circa 60% geconcentreerd in en rondom de staathoofdsteden Sydney, Melbourne, Brisbane, Perth en Adelaide. Hoofdstad van Australië is Canberra, dat gelegen is in het Australian Capital Territory (ACT).

Op weg in Canada

Weerzien met Canada

Nadat Canada ons vorig jaar zo goed bevallen was, is het nu tijd om nog meer van Canada te zien.

Net als met onze vorige reis houd deze pagina in de gaten.

Voor de foto’s zie: Foto’s Canada 2007

We zullen proberen regelmatig de site van leesvoer maar zeker ook van foto’s te voorzien.


We zijn weer thuis

Donderdag 21 juni

Het belooft weer een mooie dag te worden. Helaas moeten we vandaag een aardig stukje rijden. Met de besneeuwde bergtoppen in de achteruitkijkspiegel en een wat vlakker wordend landschap voor ons komen we in de eerste grote plaats, namelijk Rocky Mountain House. Het is een stuk groter dan we dachten. Omdat we vrij laat waren vertrokken en al zin hebben in koffie en een broodje, stoppen we bij Tim Horton. Als we uit de auto stappen waar de ai…. Lees verder

Royal Tyrrell Museum in Drumheller

Peyto Lake

Terug in de Rocky Mountains

Zondag 17 juni

Het lijkt een aardige dag te worden, alhoewel de lucht nog wel wat bewolkt is. We gaan met de auto The Summit Parkway op (zover we kunnen). Bij de ingang van het Park zien we dat we tot 16 km kunnen rijden (de weg is 26 km lang). Tot de 16 km maken we af en toe een stop om van het uitzicht te genieten. Bij de 16 km aangekomen is het hek gesloten. We kunnen hier de camper parkeren en we gaan te voet nog een eindje verder. Je zou zeggen dat je al snel snee… Lees verder


De tijd gaat snel

Woensdag 13 juni

Het weer is toch nog redelijk, maar we gaan verder. Eerst nog werken aan het verslag en het één en ander op internet plaatsen, nog een paar boodschapjes doen en uiteindelijk is het pas half 1 als we vertrekken. Ondertussen betrekt de lucht meer en meer. We krijgen nog aardig wat regen op ons dak en ook deze keer krijgen we Mt. Robsen niet te zien. We zien nog wel een verdwaald hertje en de mooses kunnen we ook tijdens deze trip vergeten.
Lees verder

Ray's Farm

Onderweg naar Banff

In de Rocky Mountains

Vrijdag 8 juni

Vandaag naar Banff. Eerst nog even naar de parkeerplaats om te internetten. De Hotsprings laten we, wat voor het is, wel een korte stop om een paar plaatjes te maken van de Sinclair Canyon. Helaas is de lucht wat te grauw om de bergwanden er mooi uit te laten komen.
Even verderop staat er een geit midden op de weg wat straatzout te likken. Schijnen ze erg lekker te vinden. Als we er voorzichtig langsrijden kijkt ie niet op of om.
Gelukkig was het de vorige… Lees verder


De eerste week zit er al weer op

Dinsdag 5 juni

Het belooft toch nog een hele mooie dag te worden. Na de regenbui van gisteravond leek het mooie weer op te houden en de voorspellingen waren in eerste instantie ook een stuk minder voor vandaag.
We gaan dus maar een stukkie lopen. Eerst naar de Lower Bertha Falls. Met onderweg mooie uitzichten op de camping en het meer komen we na de hele tijd bergopwaarts te hebben gelopen bij de Falls. Niet de meest spectaculaire , maar toch wel mooi. Zo’n drie kilometer verd… Lees verder

Zwarte Beer

Calgary

De eerste stappen

Donderdag 31 mei

Na goede treinverbindingen waren we mooi op tijd op Schiphol. Even wat kunnen eten en naar de boarding. Wat een willekeur, de één moet z’n (berg)schoenen uitdoen en de ander niet. Schijnveiligheid.
We vertrokken een half uur later dan gepland. Martinair moet toch maar eens eerder gaan boarden, het kost ze, net als vorig jaar, veel te veel tijd. Gelukkig hadden we een gunstige wind en een heel rustige vlucht, zodat we 5 minuten later dan gepland landden. … Lees verder


We zijn weer thuis

Donderdag 21 juni Nordegg – Drumheller

Het belooft weer een mooie dag te worden. Helaas moeten we vandaag een aardig stukje rijden. Met de besneeuwde bergtoppen in de achteruitkijkspiegel en een wat vlakker wordend landschap voor ons komen we in de eerste grote plaats, namelijk Rocky Mountain House. Het is een stuk groter dan we dachten. Omdat we vrij laat waren vertrokken en al zin hebben in koffie en een broodje, stoppen we bij Tim Horton. Als we uit de auto stappen waar de airco nog niet aan staat is het buiten toch al behoorlijk warm. De stop duurt iets langer dan gedacht en we laten Red Deer maar links liggen. We rijden nu in een glooiend landschap en kunnen als we op een “top”? zitten erg ver kijken. Na zo’n 160 km (vlakbij Drumheller) rijden we ineens een dal in en krijgen een compleet ander landschap. Het lijkt wel dat we in een hele brede rivierbeding rijden. Een paar kilometer verder ligt Drumheller.

Vrijdag 22 juni Drumheller

We blijven vandaag een beetje in de buurt. Het is weer behoorlijk warm en we vinden het Dinosaur Provincial Park iets te ver weg. Zoals de naam het al zegt: hier hebben miljoenen jaren geleden dinosauriërs geleefd. Het grootste deel van het park (90%) mag je niet komen omdat er nog steeds opgravingen gedaan worden. We gaan daarom in de buurt één en ander bekijken. Eerst gaan we naar Rosedale. Hier is een Suspension Bridge. Eigenlijk niet heel bijzonder of spectaculair, maar het blijft leuk om eroverheen te lopen. Aan de andere kant van de rivier zijn nog resten van een kolenmijn. Er zitten zelfs plekken waar nog restanten kolen liggen die al 60 jaar aan het smeulen zijn. Op letten dus dat je je voeten niet verbrand of in een oude mijn duikelt. Of dat je uitglijdt zoals Marjan deed. Vorig gleed ze uit het had ze de knie behoorlijk opengehaald en nu gleed ze uit en heeft ze twee open plekken op haar hand.
Een eindje verderop zijn er de Hoodoo’s. Door weer en wind gevormde uitsteeksels. Als we ze naderen zien ze er klein uit. Op de foto’s die we gezien hebben lijken ze veel groter en imposanter. Als we dichterbij zijn doen ze gelukkig toch denken aan de foto’s die we gezien hebben.
Op de terugweg gaan we langs de Atlas #3 mijn. Dit is de enige mijn waar de tippel nog in stand is van de ruim 130 mijnen die hier in de omgeving waren. We krijgen een privé rondleiding. Volgende week verwachten ze groepen van 15 tot 20 mensen rond te leiden. De mijn heeft tot 1979 gewerkt. Om met zoveel mijnen in de omgeving goed te kunnen verkopen werden er lokkertjes bedacht. Buurmijnen hadden of kortingsbonnen of speeltjes voor kinderen. De Atlas #3 mijn gaf hun kolen een oranje-rood verfbad. Alsof de kolen beter zouden branden, en de mensen geloofden dat. Zelfs nu weten de oudere generaties nog te vertellen dat deze kolen het beste waren.
We gaan het centrum van Drumheller ook nog even in. Helaas stelt het helemaal niets voor. Behalve de allergrootste namaak dino waar je in kan voor een uitzicht en een “zwemfontein”? is er niets.
We gaan weer naar dezelfde camping. Gratis wifi is nooit weg en we kunnen lekker in het zonnetje nog wat lezen.

Zaterdag 23 juni Drumheller – Calgary

Het Royal Tyrell Museum hebben we voor vandaag bewaard. Als je geïnteresseerd bent in dinosauriërs ben je hier helemaal op de goede plek. Natuurgetrouwe kopieën, nepbotten, echte botten, hoe de verschillende dino’s vermoedelijk leefden , je vindt het allemaal hier.
Gelukkig ligt Calgary niet zover hiervandaan. We hebben gekozen voor een camping helemaal in het westen. Min of meer naast het Olympische Park van 1988. Hier zullen we morgen nog rondkijken.
We bezoeken nog even Calgary’s grootste mall met meer dan 200 winkels. Hoewel het eigenlijk nooit een probleem is om je camper ergens te stallen valt het hier niet mee. Ten eerste is het hartstikke druk, ten tweede is de buitenparkeerplaats niet zo groot en ten derde zijn de vakken niet zo groot. Gelukkig is het aan de overkant van de weg op de parkeerplaats rustig. Jack slaagt nog voor een paar binnensportschoenen.

Zondag 24 juni Calgary

’s Morgens pakken we eerst de meeste spullen in. Hoewel de voorspellingen niet al te best zijn is het toch lekker weer.
Een paar jaar geleden zijn we ook in Sydney naar het Olympische park geweest. Heel anders dan deze in Calgary. Al was het alleen maar omdat hier de zomerspelen waren en het redelijk nieuw was. Hier in Calgary ziet het er een beetje vervallen uit. hoewel de schansen (5 stuks) en de bobslee baan zowel ’s zomers als ’s winters nog gebruikt worden. Als we zo rondkijken kunnen we ons niet voorstellen dat er 177.000 mensen (tegelijkertijd) naar het skispringen konden kijken. De schaatsbaan is hier niet. Die staat een paar kilometer verderop, op het universiteitsterrein. We rijden hier nog wel even naartoe, maar door wegopbrekingen kunnen we er niet vlakbij komen. Wel zien we het dak nog. Omdat de lucht er heel dreigend uitziet gaan we weer naar de camping. We krijgen nog een hele stevige onweersbui op ons dak. Verschillende auto’s blijven onder een viaduct staan vanwege het vele water en dikke hagelstenen die er vallen.

maandag 25 juni Calgary – Amsterdam

Weer naar huis. Om elf uur moet de camper ingeleverd worden. Het is er nu een stuk drukker met mensen die weer naar huis moeten en mensen die hun camper komen ophalen De afhandeling gaat snel en met een kort taxiritje zijn we al voor 12 uur op het vliegveld. Hier stallen we onze bagage en eten wat bij Tim Horton. Onze vlucht gaat pas om 19.15 uur, dus hebben we nog even de tijd. We pakken de stadsbus en gaan nog naar een mall in de buurt. Als we de bus voor de terug willen nemen regent het behoorlijk en is het aardig afgekoeld. Na 20 minuten kleumen komt de bus en brengt ons weer naar het vliegveld. Bij de incheckbalie is het erg rustig en we hebben dan ook snel onze instapkaarten. Ondanks de verwachte vele wind voor onderweg valt de vlucht alleszins mee.

dinsdag 26 juni Amsterdam

Bij het landen op schiphol worden we in de wacht gezet, vanwege de harde wind is er maar één landingsbaan open. Na wat gewiebel door de wolken en een oponthoud van een half uur zet de piloot het vliegtuig keurig aan de grond.
We hebben vrij snel onze bagage en kunnen zo de trein van 13.00 uur naar Utrecht nog halen. Helaas moeten we in Ede drie kwartier wachten op het boemeltje naar Wolfheze en uiteindelijk zijn we even voor 4 uur weer thuis na weer een geweldige reis.

<<Terug in de Rocky Mountains

Terug in de Rocky Mountains

Zondag 17 juni Revelstoke

Het lijkt een aardige dag te worden, alhoewel de lucht nog wel wat bewolkt is. We gaan met de auto The Summit Parkway op (zover we kunnen) Bij de ingang van het Park zien we dat we tot 16 km kunnen rijden (de weg is 26 km lang). Tot de 16 km maken we af en toe een stop om van het uitzicht te genieten. Bij de 16 km aangekomen is het hek gesloten. We kunnen hier de camper parkeren en we gaan te voet nog een eindje verder. Je zou zeggen dat je al snel sneeuw op de weg zou zien maar niet is minder waar. Tot de 20 km grens ligt er alleen sneeuw in de berm. We lopen nog één kilometer verder en krijgen dan pas het eerste beetje sneeuw op de weg. Nog een klein stukje verder is de weg pas onbegaanbaar voor verkeer. Jammer dat we niet tot de 20 km konden rijden, dan hadden we te voet de top kunnen zien. Deze 5 km bergop was toch wel een beetje saai om te lopen.
Als we weer naar beneden rijden maken we een stop bij een uitkijkpunt om een late lunch tot ons te nemen.
Omdat we gisteren het dorp al bekeken hebben (erg saai) besluiten we naar de camping te gaan, een andere dan gisteren nl. de KOA ook hier zouden ze wifi hebben.
Lekker in het zonnetje met een boekje maken we de dag vol.

Maandag 18 juni Revelstoke – Lake Louise

Dit was de derde KOA en tevens de slechtste. Alles was rommelig gelukkig wel schoon. De wifi viel ook tegen. Deze zou alleen werken bij de office maar zelfs daar konden we geen verbinding krijgen.
Gisteravond is het gaan regenen en dat doet het nog steeds. Gelukkig als we wegrijden begint de lucht wat op te klaren. We besluiten de Giant Cedars Boardwalk te lopen. Het is nagenoeg droog en het is een leuke hele korte wandeling. Een aantal kilometer verderop is de Hemlock Grove Trail, hier maken we ook het rondje. Bij Rogers Pass stappen we weer uit. Hier is ook een soort Discovery Centre. Alleen met een geldige Parkapas mag je naar binnen en de tentoonstelling bekijken. We drinken nog een kopje koffie en gaan door naar Golden. We gaan het dorpje in en lunchen er. We rijden door Yoho National Park naar Lake Louise. Het eerste stuk wordt er flink aan de weg geknutseld. Er wordt een groot viaduct gebouwd en de weg wordt verbreed. Omdat het al vrij laat is zullen we morgen terugkomen om wat te wandelen.

Dinsdag 19 juni Lake Louise – Banff

Tjonge jonge, wat een kl*%#te treinen hier. Nemen gelijk het besluit om vanavond in Banff te overnachten. Wel wat om, maar geen trein (zo vlakbij) en heerlijke douches.
We hadden de bedoeling om naar de Takakkaw Falls te rijden en daar een wandeling te doen. Helaas is ook deze weg nog afgesloten vanwege de sneeuw. Eerst gaan we naar The Natural Bridge: een rots in de rivier. Vroeger was dit een watervalletje maar de tand des tijds heeft er voor gezorgd dat er een gaatje is ontstaan waar nu het water zich doorheen perst. We rijden de weg verder af naar Emerald Lake. De naam doet het meer eer aan. Het is inderdaad een apart kleurtje groen. Het is hier trouwens een stuk koeler en bewolkter dan bij Lake Louise. We rijden vervolgens Field in. Van de weg afgezien is het een leuk plaatsje, maar er valt niets te beleven. Het enige terras dat we zien is vol. We rijden naar de Spiral tunnels. Hier heeft men. Tunnels in de berg “geblazen” (met dynamiet) om de trein niet zo steil te laten dalen en stijgen. Er is hier een uitkijkplaats. Op een gegeven moment hoor je trein achter je langs komen en even later zie je hem onder je., hij verdwijnt dan in een tunnel en vervolgens met een draai komt ie weer terug. Als de trein lang genoeg is kun je hem op drie plekken zien. (zie ook foto 106).
Als we richting Banff rijden zien we een jonge beer in de berm gras en bloemetjes eten. Hij schrikt zich rot als er een vrachtwagen langs dendert.
In Banff op de camping kiezen we een plekje uit niet te ver van de toiletten en douches en de wifi verbinding. Als we bezig zijn met de late lunch komen de squirrels snel te voorschijn. Marjan zit buiten en moet het brood in veiligheid brengen om niet “aangevallen”? te worden. Eentje is zo brutaal om via haar been omhoog te klimmen. Het is moeilijk zo’n bedelend beestje te weerstaan en geen brood te geven, maar het lukt wel.
We gaan nog even kijken bij Lake Minnewanka. Je kunt hier boottochtjes maken en kanoën. Je moet alleen niet het water in willen want ook ’s zomers is het maar een paar graden boven nul. Ook gaan we het stadje nog in. Het is lekker weer en met een coffee to go zoeken we een bankje in de zon op.

Woensdag 20 juni Banff – Nordegg

Het is mooi weer. Eerst gaan we nog even bij de Hoodoos kijken. Rare pilaren gevormd in de loop der jaren. Omdat we vorige week zulk slecht weer hadden bij Moraine Lake gaan we nog een keer even kijken. Een heel ander gezicht en véél drukker. We rijden verder om bij Peyto Lake te kijken. Rolf en Nicky hadden daar vorige week nog ijs op het meer zien liggen, maar dat was ondertussen gesmolten. Wel lag er op de parkeerplaats nog zat sneeuw en ook hier was het behoorlijk druk. Moet er niet aan denken om hier te zijn in juli of augustus, de drukste maanden.
Bij de Num-Ti-Jah (is Indiaans voor pine marten, wat een klein beestje is)Lodge kijken we ook even. We rijden verder en de camping blijkt dichterbij te zijn dan we in eerste instantie dachten. Het plaatsje Nordegg ligt namelijk zo’n veertig kilometer verderop. We zetelen ons zelf in het zonnetje en genieten van een drankje en een boekje.n kilometer verder en krijgen dan pas het eerste beetje sneeuw op de weg. Nog een klein stukje verder is de weg pas onbegaanbaar voor verkeer. Jammer dat we niet tot de 20 km konden rijden, dan hadden we te voet de top kunnen zien. Deze 5 km bergop was toch wel een beetje saai om te lopen.
Als we weer naar beneden rijden maken we een stop bij een uitkijkpunt om een late lunch tot ons te nemen.
Omdat we gisteren het dorp al bekeken hebben (erg saai) besluiten we naar de camping te gaan, een andere dan gisteren nl. de KOA ook hier zouden ze wifi hebben.
Lekker in het zonnetje met een boekje maken we de dag vol.

Maandag 18 juni Revelstoke – Lake Louise

Dit was de derde KOA en tevens de slechtste. Alles was rommelig gelukkig wel schoon. De wifi viel ook tegen. Deze zou alleen werken bij de office maar zelfs daar konden we geen verbinding krijgen.
Gisteravond is het gaan regenen en dat doet het nog steeds. Gelukkig als we wegrijden begint de lucht wat op te klaren. We besluiten de Giant Cedars Boardwalk te lopen. Het is nagenoeg droog en het is een leuke hele korte wandeling. Een aantal kilometer verderop is de Hemlock Grove Trail, hier maken we ook het rondje. Bij Rogers Pass stappen we weer uit. Hier is ook een soort Discovery Centre. Alleen met een geldige Parkapas mag je naar binnen en de tentoonstelling bekijken. We drinken nog een kopje koffie en gaan door naar Golden. We gaan het dorpje in en lunchen er. We rijden door Yoho National Park naar Lake Louise. Het eerste stuk wordt er flink aan de weg geknutseld. Er wordt een groot viaduct gebouwd en de weg wordt verbreed. Omdat het al vrij laat is zullen we morgen terugkomen om wat te wandelen.

Dinsdag 19 juni Lake Louise – Banff

Tjonge jonge, wat een kl*%#te treinen hier. Nemen gelijk het besluit om vanavond in Banff te overnachten. Wel wat om, maar geen trein (zo vlakbij) en heerlijke douches.
We hadden de bedoeling om naar de Takakkaw Falls te rijden en daar een wandeling te doen. Helaas is ook deze weg nog afgesloten vanwege de sneeuw. Eerst gaan we naar The Natural Bridge: een rots in de rivier. Vroeger was dit een watervalletje maar de tand des tijds heeft er voor gezorgd dat er een gaatje is ontstaan waar nu het water zich doorheen perst. We rijden de weg verder af naar Emerald Lake. De naam doet het meer eer aan. Het is inderdaad een apart kleurtje groen. Het is hier trouwens een stuk koeler en bewolkter dan bij Lake Louise. We rijden vervolgens Field in. Van de weg afgezien is het een leuk plaatsje, maar er valt niets te beleven. Het enige terras dat we zien is vol. We rijden naar de Spiral tunnels. Hier heeft men. Tunnels in de berg “geblazen” (met dynamiet) om de trein niet zo steil te laten dalen en stijgen. Er is hier een uitkijkplaats. Op een gegeven moment hoor je trein achter je langs komen en even later zie je hem onder je., hij verdwijnt dan in een tunnel en vervolgens met een draai komt ie weer terug. Als de trein lang genoeg is kun je hem op drie plekken zien. (zie ook foto 106).
Als we richting Banff rijden zien we een jonge beer in de berm gras en bloemetjes eten. Hij schrikt zich rot als er een vrachtwagen langs dendert.
In Banff op de camping kiezen we een plekje uit niet te ver van de toiletten en douches en de wifi verbinding. Als we bezig zijn met de late lunch komen de squirrels snel te voorschijn. Marjan zit buiten en moet het brood in veiligheid brengen om niet “aangevallen”? te worden. Eentje is zo brutaal om via haar been omhoog te klimmen. Het is moeilijk zo’n bedelend beestje te weerstaan en geen brood te geven, maar het lukt wel.
We gaan nog even kijken bij Lake Minnewanka. Je kunt hier boottochtjes maken en kanoën. Je moet alleen niet het water in willen want ook ’s zomers is het maar een paar graden boven nul. Ook gaan we het stadje nog in. Het is lekker weer en met een coffee to go zoeken we een bankje in de zon op.

Woensdag 20 juni Banff – Nordegg

Het is mooi weer. Eerst gaan we nog even bij de Hoodoos kijken. Rare pilaren gevormd in de loop der jaren. Omdat we vorige week zulk slecht weer hadden bij Moraine Lake gaan we nog een keer even kijken. Een heel ander gezicht en véél drukker. We rijden verder om bij Peyto Lake te kijken. Rolf en Nicky hadden daar vorige week nog ijs op het meer zien liggen, maar dat was ondertussen gesmolten. Wel lag er op de parkeerplaats nog zat sneeuw en ook hier was het behoorlijk druk. Moet er niet aan denken om hier te zijn in juli of augustus, de drukste maanden.
Bij de Num-Ti-Jah (is Indiaans voor pine marten, wat een klein beestje is)Lodge kijken we ook even. We rijden verder en de camping blijkt dichterbij te zijn dan we in eerste instantie dachten. Het plaatsje Nordegg ligt namelijk zo’n veertig kilometer verderop. We zetelen ons zelf in het zonnetje en genieten van een drankje en een boekje.

<<De tijd gaat snel We zijn weer thuis>>

De tijd gaat snel

Woensdag 13 juni Jasper – Clearwater

Het weer is toch nog redelijk, maar we gaan verder. Eerst nog werken aan het verslag en het één en ander op internet plaatsen, nog een paar boodschapjes doen en uiteindelijk is het pas half 1 als we vertrekken. Ondertussen betrekt de lucht meer en meer. We krijgen nog aardig wat regen op ons dak en ook deze keer krijgen we Mt. Robsen niet te zien. We zien nog wel een verdwaald hertje en de mooses kunnen we ook tijdens deze trip vergeten.
In Clearwater gaan we niet naar de camping in het Park maar naar de KOA. Het is inmiddels 6 uur Alberta tijd (we passen de klok niet aan) en de camping ligt nog een half uur verder. In Clearwater aangekomen rijden we gelijk door naar de info. Als we de weg indraaien komen Rolf & Nicole er ook aan. Ook nu worden we buren op de camping.

Donderdag 14 juni Clearwater (Wells Gray)

Op deze camping wordt vanaf 7 uur ontbijt geserveerd. We maken daar met z’n vieren gebruik van. We verstouwen een hele berg weg, waaronder pancakes met maple syrop . Met dit ontbijt kunnen we het tot ver in de middag wel uitzingen.
Rolf en Nicole vertrekken richting Vancouver en wij blijven nog om het Wells Gray Park te verkennen.
We rijden helemaal door tot aan het eind. Hier bij Lake Clearwater is het ondanks het zonnetje nog wat fris. Omdat het al half 3 is en we toch wel wat trek hebben eten we hier ons boterhammetje.
Op de terugweg maken we een aantal stops. Bij Norman’s Eddy zien we op het pad waar we lopen hoefafdrukken. Het lijkt erop dat het beestje aan het eind van het pad wat water uit de rivier heeft staan drinken. Ook staat hier een kruis ter nagedachtenis van een visser die zijn laatste tochtje niet heeft overleefd.
Een eindje verderop ligt Ray’s Farm (voor zover er nog iets van over is). De grootste publiekstrekker is de Helmcken Falls het water klettert hier zo’n 140 meter naar beneden. De Dawson Falls moet het niet van z’n hoogte hebben maar van de breedte. Deze waterval is ruim 15 meter breed. Eigenlijk valt de Murtle River hier over een randje. Net buiten het Park ligt de Spahats Falls. Deze waterval lig in een kloof en is 75 meter hoog.
Als je over de weg rijdt en een beetje overzicht hebt over de bomen kun je goed zien dat de mountain pine beetle ook hier goed zijn best doet. Er zitten grote bruine vlekken in het bomenveld. Het bos is hier flink aangetast (zie ook foto 90) en de bomen zullen het niet overleven.

Vrijdag 15 juni Clearwater – Salmon Arm

De gedachte was om via Kamloops naar Kelowna te rijden.
Even voorbij Kamloops hebben we de dierentuin bezocht. Hier worden ook gewonde dieren en wezen opgevangen. Ze proberen de wezen zo op te vangen dat ze later weer de vrije natuur in kunnen. Verder blijft het een zielig gezicht.
Op weg naar Kelowna besluiten we het roer om te gooien en niet rechtsaf te gaan maar linksaf naar Salmon Arm. Niet dat hier zoveel meer te doen is maar zo kunnen we met de 2 extra dagen (ook één van Jasper) wat langer blijven in Field en in Drumheller.

Zaterdag 16 juni Salmon Arm – Revelstoke

Zoals gezegd, in Salmon Arm valt niet veel te beleven of je moet van rondhangen bij een meer houden. Zelfs het winkelcentrum is minimaal. Bij Tim Horton hebben we van een vroege lunch genoten. Onderweg zijn we nog één keer gestopt. We stonden op een plekje aan de rand van één of ander dorp en er was zowaar wifi.
De afstand was niet zo groot (100 km) en we waren al om 1 uur in Revelstoke. Omdat de camping op wandelafstand van het centrum zou liggen (20 tot 25 minuten) zijn we lopen naar het dorp gegaan. Ondanks dat wij geen langzame lopers zijn deden we er toch nog een half uur over, maar dat was niet erg, het weer was goed.
Bij de supermarkt hebben we vlees ingeslagen en we hebben lekker in het zonnetje zitten barbecueën.
We waren zo goed als klaar toen het hevig ging waaien. De lucht begon te betrekken en we kregen een stevige onweersbui op ons dak.

<<In de Rocky Mountains Terug in de Rocky Mountains>>

De tijd gaat snel

Woensdag 13 juni Jasper – Clearwater

Het weer is toch nog redelijk, maar we gaan verder. Eerst nog werken aan het verslag en het één en ander op internet plaatsen, nog een paar boodschapjes doen en uiteindelijk is het pas half 1 als we vertrekken. Ondertussen betrekt de lucht meer en meer. We krijgen nog aardig wat regen op ons dak en ook deze keer krijgen we Mt. Robsen niet te zien. We zien nog wel een verdwaald hertje en de mooses kunnen we ook tijdens deze trip vergeten.
In Clearwater gaan we niet naar de camping in het Park maar naar de KOA. Het is inmiddels 6 uur Alberta tijd (we passen de klok niet aan) en de camping ligt nog een half uur verder. In Clearwater aangekomen rijden we gelijk door naar de info. Als we de weg indraaien komen Rolf & Nicole er ook aan. Ook nu worden we buren op de camping.

Donderdag 14 juni Clearwater (Wells Gray)

Op deze camping wordt vanaf 7 uur ontbijt geserveerd. We maken daar met z’n vieren gebruik van. We verstouwen een hele berg weg, waaronder pancakes met maple syrop . Met dit ontbijt kunnen we het tot ver in de middag wel uitzingen.
Rolf en Nicole vertrekken richting Vancouver en wij blijven nog om het Wells Gray Park te verkennen.
We rijden helemaal door tot aan het eind. Hier bij Lake Clearwater is het ondanks het zonnetje nog wat fris. Omdat het al half 3 is en we toch wel wat trek hebben eten we hier ons boterhammetje.
Op de terugweg maken we een aantal stops. Bij Norman’s Eddy zien we op het pad waar we lopen hoefafdrukken. Het lijkt erop dat het beestje aan het eind van het pad wat water uit de rivier heeft staan drinken. Ook staat hier een kruis ter nagedachtenis van een visser die zijn laatste tochtje niet heeft overleefd.
Een eindje verderop ligt Ray’s Farm (voor zover er nog iets van over is). De grootste publiekstrekker is de Helmcken Falls het water klettert hier zo’n 140 meter naar beneden. De Dawson Falls moet het niet van z’n hoogte hebben maar van de breedte. Deze waterval is ruim 15 meter breed. Eigenlijk valt de Murtle River hier over een randje. Net buiten het Park ligt de Spahats Falls. Deze waterval lig in een kloof en is 75 meter hoog.
Als je over de weg rijdt en een beetje overzicht hebt over de bomen kun je goed zien dat de mountain pine beetle ook hier goed zijn best doet. Er zitten grote bruine vlekken in het bomenveld. Het bos is hier flink aangetast (zie ook foto 90) en de bomen zullen het niet overleven.

Vrijdag 15 juni Clearwater – Salmon Arm

De gedachte was om via Kamloops naar Kelowna te rijden.
Even voorbij Kamloops hebben we de dierentuin bezocht. Hier worden ook gewonde dieren en wezen opgevangen. Ze proberen de wezen zo op te vangen dat ze later weer de vrije natuur in kunnen. Verder blijft het een zielig gezicht.
Op weg naar Kelowna besluiten we het roer om te gooien en niet rechtsaf te gaan maar linksaf naar Salmon Arm. Niet dat hier zoveel meer te doen is maar zo kunnen we met de 2 extra dagen (ook één van Jasper) wat langer blijven in Field en in Drumheller.

Zaterdag 16 juni Salmon Arm – Revelstoke

Zoals gezegd, in Salmon Arm valt niet veel te beleven of je moet van rondhangen bij een meer houden. Zelfs het winkelcentrum is minimaal. Bij Tim Horton hebben we van een vroege lunch genoten. Onderweg zijn we nog één keer gestopt. We stonden op een plekje aan de rand van één of ander dorp en er was zowaar wifi.
De afstand was niet zo groot (100 km) en we waren al om 1 uur in Revelstoke. Omdat de camping op wandelafstand van het centrum zou liggen (20 tot 25 minuten) zijn we lopen naar het dorp gegaan. Ondanks dat wij geen langzame lopers zijn deden we er toch nog een half uur over, maar dat was niet erg, het weer was goed.
Bij de supermarkt hebben we vlees ingeslagen en we hebben lekker in het zonnetje zitten barbecueën.
We waren zo goed als klaar toen het hevig ging waaien. De lucht begon te betrekken en we kregen een stevige onweersbui op ons dak.

<<In de Rocky Mountains Terug in de Rocky Mountains>>

In de Rocky Mountains

Vrijdag 8 juni

Vandaag naar Banff. Eerst nog even naar de parkeerplaats om te internetten. De Hotsprings laten we, wat voor het is, wel een korte stop om een paar plaatjes te maken van de Sinclair Canyon. Helaas is de lucht wat te grauw om de bergwanden er mooi uit te laten komen.
Even verderop staat er een geit midden op de weg wat straatzout te likken. Schijnen ze erg lekker te vinden. Als we er voorzichtig langsrijden kijkt ie niet op of om.
Gelukkig was het de vorige keer beter weer toen we deze weg reden. Toen hebben we vrij veel uitstapjes kunnen maken. Nu kunnen we doorrijden en zo op tijd in Banff zijn. Helaas wordt onze rit 2 keer onderbroken. Heel vervelend maar we kwamen twee (!) keer een zwarte beer tegen die gezellig wat gras en paardenbloementjes aan het eten was. Uiteraard hebben we dit soort noodstoppen de camera bij de hand en dus konden we nog een paar keer een mooi plaatje maken.
In Banff aangekomen zijn we wat gaan shoppen. Dat wil zeggen wat souvenirwinkeltjes en een aantal sportzaken van binnen bekeken. Het halve dorpscentrum lag plat qua verkeer. Een aantal wegen waren afgesloten i.v.m. werkzaamheden. Het was nu vroeg in juni al geen lolletje om er door te komen, laat staan in juli of augustus als het barst van de toeristen.
Bij de camping aangekomen bleken Rolf en Nicole er nog niet te zijn. Bij het inchecken hebben we gelijk maar gevraagd of ze vlakbij ons konden staan. Was geen probleem.
Wij waren goed en wel gesetteld toen zij er aankwamen. Wel grappig, ben je zo ver van huis en kom je vrienden tegen. Dit is al de derde keer dat zoiets gebeurt. Tien jaar geleden zaten we in hetzelfde vliegtuig vanuit Nieuw Zeeland naar huis met een collega van Marjan, vorig jaar konden we een ontmoeting arrangeren met een andere collega van Marjan in Nieuw Zeeland en nu dit.

Zaterdag 9 juni

Rolf en Nicole hadden voor ons een extra slaapzak meegenomen. Via de mail hadden we gevraagd of ze voor ons een poging wilden doen. Wij kregen ze bij de aflevering niet mee. We hebben het deze nacht dus lekker warm gehad.
Even voor 8 uur vertrekken we al richting Johnston Canyon. Hier maken we een wandelingetje. De squirrels laten zich niet zien. Op de terugweg zijn er slechts 2 die komen opdagen. Waarschijnlijk vinden ze het nog te koud.
Na de Canyon rijden we terug naar Banff. Hier gaan we met de kabelbaan naar boven. Het is er tamelijk fris. We lopen naar het meteorologische punt (gebouwtje) waar een weerkundige zo’n honderd jaar geleden zijn gegevens verzamelde. Er was toen nog geen kabelbaan en op een barre winterdag kon de tocht naar boven wel 9 uur duren. Dan moet je toch echt wel van je werk houden.
Na de lunch bij de kabelbaan gaan we shoppen in Bannf. Ieder gaat zijn eigens weeg en ’s avonds gaan we nog even borrelen en bespreken wat we de volgende dag zullen doen.
By the way: Marjan heeft onderweg naar de canyon nog een Moose gezien!

Zondag 10 juni

We vertrekken iets later. Namelijk om 8 15 uur. We wilden eerst naar Lake Louise gaan om daar te wandelen en daarna de kabelbaan, maar gezien het weer doen we het andersom.
Boven aangekomen regent het nog. We lopen naar het gebouwtje waar een voorlichtingsfilmpje wordt gedraaid. Dat is voor straks. Eerst gaan we met de Australische Suzanne een wandelingetje maken. En krijgen wat nuttige info voor als je een beer mocht tegenkomen. We krijgen ook wat berenpoep te zien en hoe de pootafdruk is. Het filmpje vertelt o.a wat voor schade de toeristen (en ook bewoners) kunnen aanbrengen aan de leefomgeving van de dieren en dat velen de beesten te veel storen in hun gewone doen. Met name in het hoogseizoen staan er files (30 auto’s en meer) langs de kant van de weg omdat er bijvoorbeeld een beer is gesignaleerd, die iedereen natuurlijk wil fotograferen.
De meeste dieren komen om het leven door trein en auto. Vooral als een moederbeer aangereden wordt kan dat fataal zijn voor de cubs. Deze jonge beren blijven wel tot hun vierde jaar bij hun moeder en dan is het zaak dat deze jonge beren kunnen opgroeien tot een volwaardige “wilde” beer.
Omdat we een kaartje inclusief lunch hebben (met ook nog eens korting) kunnen we lunchen voor 3 dollar. We maken dan ook gretig gebruik van het lopende buffet.
Na de broodnodige boodschapjes gaan we naar het meer. Het weer is intussen gelukkig behoorlijk opgeknapt. Omdat Nicole nog steeds behoorlijk last heeft van haar voet gaan we met z’n drieën naar Lake Agnes en afhankelijk van de tijd door naar The Plain of the six Glaciers. Het was niet de tijd die een kink in de kabel bracht maar de sneeuw. Op de route ligt Mirror Lake en hiervoor lag er al heel wat sneeuw op het pad. Op dit kleine meertje dreef zelfs nog ijs. Bij het theehuisje wist het personeel te vertellen dat het pad naar de six galciers niet goed begaanbaar was en dat er zelfs nog lawinegevaar is. Na de thee (waar we best wel lang op moesten wachten terwijl het niet heel druk was) en wat miezersneeuw op onze pet gaan we via de Big Beehive ( een berg die lijkt op een, jawel, bijenkorf) weer terug naar Miror Lake en van daar uit hetzelfde pad terug naar Lake Louise.
Gelukkig hebben we ’s nachts niet al teveel last van de trein die op nog geen 100 meter langs de camping loopt en op twee kilometer afstand minstens 4 keer moet melden, met z’n toeter dat ie eraan komt.

Maandag 11 juni

Als wij om kwart voor zeven opstaan zijn Rolf en Nicole al lang en breed weg om wild te spotten bij Lake Morain. Wij zijn er een uurtje of twee later. Het regent al sinds we opgestaan zijn en het wild laat zich dan ook niet zien. (ook bij Rolf en Nicole niet). Als we na een klein uurtje daar weggaan zijn er inmiddels 6 bussen gekomen om ook te genieten van de regen.
Het eerste stuk van één van ’s werelds mooiste wegen is nog wat nat met grauwe luchten. Al gauw breekt de lucht open en zijn de besneeuwde bergen goed te zien tegen de blauwe lucht.
Onderweg komen we nog twee keer een beer tegen die in de berm gras en bloementjes aan het eten is.. Omdat we al een aantal mooie foto’s hebben laten we deze twee keer de beer voor wat ie is. (en met nog het lesje in het hoofd de beesten niet teveel te storen)
Op een gegeven moment komen we een aantal geiten tegen die in een bocht op de weg staan en tegen de steile bergwand lopen en liggen te zonnen. Een grappig gezicht ze zo te zien manoeuvreren op de bergwand.
Op de camping blijkt dat we niet heel ver van elkaar afstaan. Verplaatsen heeft geen zin wan de Full hook-ups en de electra plekken bleken om twee uur ’s ;middags al volledig vol te zijn.

Dinsdag 12 juni

Rolf en Nicole hebben een auto gehuurd en ons gevraagd mee te gaan om naar Mt Edith Cavell te gaan. Helaas kan dit niet doorgaan omdat de weg is afgesloten vanwege de sneeuw. We gaan dan met z’n allen naar Maligne Lake. Onderweg komen we langs Maligne Canyon. en schijnt met zijn 55 meter diepte de meest spectaculaire van de Rockies te zijn. En inderdaad diep is ie zeker. Hier maken we een wandelingetje langs de kloof. In de kloof ligt hier en daar nog wat sneeuw.
Bij Malgine Lake aangekomen is het behoorlijk fris. Na een warm bakkie koffie of hele zoete chocomel gaan we in de (gelukkig) dichte boot. Het boottochtje op zich is maar zozo, het zicht op Spirit Island met de bergen op de achtergrond is echt mooi.
Op de heenweg hebben we nog een beer zien scharrelen en een hertachtige op een eilandje in een riviertje zien grazen. Op de terugweg zagen Rolf en Marjan een jonge beer uit de boom glijden.
In Jasper hebben we de souvenirwinkeltjes afgestruind en boodschappen gedaan voor de bbq.
Om half vijf werden we bij de Jasper Tramway verwacht om met een meerpersoons gondel naar boven te gaan om Whister Mountain verder te verkennen. Boven aangekomen stond er een vieze koude wind. We besluiten toch maar te gaan lopen. Met de windblokkers aan en zo mogelijk een stevige pas, we gaan tamelijk steil naar boven, krijgen we het nog aangenaam warm. Na door wat sneeuw gelopen te hebben bereiken we de top en hebben mooie uitzichten, weinig wind en het is er een graad of 3. Onderweg zien we nog een Pica een klein knaagdier. Het is familie van de haas alleen deze is een stuk kleiner en heeft grappige kleine ronde oortjes.
’s Avonds genieten we nog van een gezellige barbecue en nemen voorlopig afscheid. Omdat het weer niet al teveel meewerkt gaan we morgen door naar Clearwater. Rolf en Nicole zitten daar ook en misschien komen we elkaar daar nog tegen.

<<De eerste week zit er al weer op De tijd gaat snel>>

De eerste week zit er al weer op

Dinsdag 5 juni

Het belooft toch nog een hele mooie dag te worden. Na de regenbui van gisteravond leek het mooie weer op te houden en de voorspellingen waren in eerste instantie ook een stuk minder voor vandaag.
We gaan dus maar een stukkie lopen. Eerst naar de Lower Bertha Falls. Met onderweg mooie uitzichten op de camping en het meer komen we na de hele tijd bergopwaarts te hebben gelopen bij de Falls. Niet de meest spectaculaire , maar toch wel mooi. Zo’n drie kilometer verderop ligt Bertha Lake met de Upper Bertha Falls. We besluiten verder te lopen. Het pad wordt een stuk steiler. Gelukkig zijn er stukken in de schaduw en is het nog redelijk vroeg anders zou het echt afzien zijn. Bovengekomen hebben we een mooi zicht op het meer en er ligt nog aardig wat sneeuw. Je kunt er ook nog een rondje om het meer maken, maar de sneeuw heeft het pad dusdanig bedekt, dat je niet kan zien waar je precies loopt. We besluiten dat rondje maar te laten voor wat het is.
Zoals altijd is de weg naar beneden zwaarder dan naar boven, maar wel een stuk sneller.
We hebben een kleine 16 km gelopen in 2 ¾ uur (netto).
’s Middags rijden we nog naar het Cameron Lake. Helaas is het nog te vroeg in het seizoen dus kunnen we nog geen bootjes huren om te kanoën. Aan de overkant van het meer is Amerika. Krijg altijd visoenen van grote rollen prikkeldraad en zwaar bewapende douaniers, maar we kunnen iets dergelijks niet ontwaren.
Als we weer terugrijden staan er 2 auto’s aan de kant van de weg met de alarmlichten aan. Pech? Nee, er staan een moeder beer met 2 jongen in de berm bloemetjes te eten. Op een gegeven moment staat de moederbeer op slechts 3 meter naast onze camper! Dit is nu het mooie van Canada, al die beestjes.
Op de camping barst het trouwens van de squirrels (grondeekhoorntjes) en er lopen een aantal reeën rond.
Als we weer in het dorp (Waterton) aankomen begint het te regenen en is het gelijk een paar graden koeler.

Woensdag 6 juni

Omdat het nog steeds buiig is besluiten we vandaag al richting Radium Hot Springs te gaan. Dat wil zeggen de eerste 250 km.
Eerst rijden we nog naar Red Rock Canyon. Zoals de naam al zegt: een rood stenen kloof. En rood is ie. Omdat het nat is, is het groen groener en het rood roder. Erg mooi. Hier lopen we nog een klein rondje. We zijn de enigen die dat doen. Hoewel er nog best een aantal toeristen langs rijden en je moet er speciaal 32 km voor omrijden.
Verderop is de kloof een stuk dieper en er staan nog twee reeën gezellig aan de kant te grazen.
Het weer lijkt niet meer op te knappen. In Pincher Creek gaan we bij een soort wegrestaurant wat eten en in de plaatselijke supermarkt nog wat boodschappen doen.
In Fort Steel zullen we overnachten. Hier kunnen we de was doen want de komende week zal dat niet op de campings in de Nationale Parken lukken omdat daar geen wasmachines zijn (wel wasserettes in de dorpen alleen dat kost in verhouding meer tijd).

Donderdag 7 juni

Als we wakker worden is het nog steeds buiig. We doen kalm aan want we hoeven maar een klein stukje te rijden. Eerst gaan we naar het dorp Fort Steel. Het is een soort museum dorp wat terug gaat in de tijd 1890. Je komt er ook niet zomaar in want er wordt entreegeld gevraagd. Omdat het zich buiten afspeelt laten we het maar zitten. Het is iets te nat.
Onderweg lijkt de lucht af en toe wat te breken. Helaas als we in Invermere de auto verlaten spettert het er weer vrolijk op los.
Aangekomen in Radium Hot Springs is het droog en schijnt er een voorzichtig zonnetje. Hier is ook een “free wifi”. We maken er gretig gebruik van en kunnen een serie foto’s uploaden.
De camping is dezelfde als vorig jaar. Hier staan ook fire pits en als twee kleine kinderen gaan we een vuurtje stoken.
Helaas zijn de Big Hornsheeps vandaag niet te zien. Wel huppelen er een aantal squirrels rond.

<<De eerste stappen In de Rocky Mountains>>