Zondag 14 september
Even voor kwart voor zes gaat de wekker. Na een koppie thee en een bezoek aan het toilet gaan we naar de rode zand duinen. Wij kunnen vanaf onze plek de gate zien die om 6 uur open gaat om naar de duinen te kunnen ( de gate is open van zonsopgang tot zonsondergang + of _ 1 uur) en er staat al een bescheiden rij voertuigen. Even na 6 vertrekken we. Het is nog aardig donker en dat is nog wel oppassen met eventueel wild langs de weg. Gelukkig rijden we wel op een asfaltweg. Bij Dune 45 is het al aardig druk. De eerste mensen zien we al naar boven lopen op de scherpe zandrand. Wij rijden nog zo’n 15 km door naar de Deadvlei en Sossusvlei. Hier is een parkeerplaats waar we verder kunnen meet de 4WD taxi. Deze brengt je door het mulle zand de laatste 5 km naar de vlei. Helaas is er geen zon. De bewolking hangt heel laag en het is behoorlijk vochtig. Voor ons niet zo fijn maar de woestijn beestjes en plantjes zullen er vast wel gelukkig mee zijn. De hoogste duinen kunnen een hoogte bereiken van wel 375 meter. Het valt dan ook niet mee om er op te klauteren maar ondanks de mist hebben we een prachtig uitzicht. We blijven hier ongeveer 1½ uur en zoeken dan weer een taxi op. Deze rijdt ons nog even langs de Sossusvlei. Ondertussen is het al behoorlijk druk geworden. Wij hebben de luxe om met z’n tweeën in de taxi te zitten. De mensen die nu arriveren zitten aardig op elkaar. Als we weer op de parkeerplaats zijn moeten we voor de tweede keer onze schoenen legen. Een deel van het zand doen we in een plastic koelkastdoosje als souvenir. We ontbijten hier en rijden dan weer terug maar eerst natuurlijk bij Dune 45 stoppen. Hier is nu bijna niemand. Wij sjouwen naar boven, nu lekker in het zonnetje en met blote voeten in het warme zand. Als we weer in Sesriem zijn gaan we eerst even op het terras zitten bij het winkeltje. Er is een koffie te koop bij de bakery naast het winkeltje. Ze hebben ook een broodje hamburger met kaas. Vlakbij is de Sesriem Canyon. We rijden hier naartoe. Het is dat de weg hier ophoudt en er is een parkeerplaats, want de canyon is niet te zien. We stappen uit en lopen een paar mensen achterna. Dan zien we pas de toch wel diepe canyon. Er groeien bomen en er staat in een schaduwrijk plekje ook nog water in. In de regentijd komt er wel meer water in. Deze rivier loopt dan door tot de Sossusvlei om hier te eindigen als meertje. We rijden weer terug richting camping, maar eerst nog even bij de bakery onder een boom lekker zitten nietsen.
|
Maandag 15 september
Vandaag de langste etappe. Via Solitaire rijden we naar Swakopmund. In Solitaire moeten we natuurlijk koffie drinken met een stuk appeltaart en er gaat nog appeltaart de koelkast in want morgen lusten we dit natuurlijk ook. De taart is nog lekker warm en in de schaduw genieten we ervan. Eigenlijk blijven we iets te langs zitten want we hebben nog een heel stuk te gaan. De weg is niet heel fijn, veel wasbord en stof. We rijden gestaag door, door het grote niets. Als we niet meer zover van Swakopmund verwijderd zijn verwachtten we wat meer leven te zien. De weg is inmiddels van asfalt maar levende wezens zijn nog steeds niet te spotten. Wel waait het als een gek, het zand stuift over de weg. De eerste mensen die we eindelijk zien zijn dan ook dik ingepakt. Door de harde wind striemt het zand en is het behoorlijk frisser dan waar we vandaan komen.
De camping is nu niet wat je zegt ‘goh ik zit in Namibië’ Erg westers, erg Duits. De plek is op zich prima we hebben een eigen huisje naast de camper met privé toilet en douche. We gaan lopend wat boodschappen doen want de winkels zijn dichtbij. Met wat we kopen, in een supermoderne supermarkt, maken we ons eten klaar. Hier is ook internet beschikbaar en dus maken we daar gebruik van om de eerste foto’s te uploaden. |
Dinsdag 16 september
Vandaag een relax dagje. We lopen naar het centrum via de boulevard. Het waait als de ziekte en dat makt het fris. Als je uit de wind bent is het aangenaam. Onderweg worden we aangehouden door 2 vriendelijke jongens. Ze stellen zich voor vertellen waar ze vandaan komen en vragen naar onze naam en waar wij vandaan komen. Ze vragen ook hoe onze naam gespeld wordt. Ondertussen zijn ze met een opereermesje op een kastanjeachtige vrucht aan het kerven. Het blijkt dat ze onze naam erin zetten en deze dingetjes willen verkopen. Eerst hadden we iets van maar dit doen we niet. Maar ach, die jongens moeten ook wat verdienen en voor de helft van wat zij vragen worden wij de trotse eigenaar van zo’n balletje welke gebruikt kan worden als een sleutelhanger. Onderweg worden we nog een paar keer aangesproken maar we kunnen met deze balletjes laten zien dat we al voorzien zijn. We zijn op zoek naar café Anton. Hier kun je Duitse taart eten. Daar zijn wij altijd wel voor in. Helaas kunnen we het niet vinden en gaan weer terug naar de camping. Ontdoen ons van de boodschappen en we lezen even in één van de reisboekjes die we bij ons hebben en gaan dan weer op pad. Nu is het snel gevonden. We bestellen koffie met een stuk taart. Helaas is het buitenterras vol dus gaan we binnenzitten. Als er even later plek is op het buitenterras, bestellen we nog een grote bak met verse aardbeien en slagroom. Als we even later nog op een bankje zitten worden we nog een keer aangesproken om balletjes te kopen. We laten de onze zien en deze worden afgekraakt want de zijne zijn beter. Hij heeft gelijk en we zeggen dat ook tegen hem en zullen mogelijke klanten naar hem sturen want wij zijn immers al voorzien. Hij begint te lachen en neemt met een zwaai afscheid van ons en wij lopen weer richting de camping. Deze avond gaan we weer uit eten. Helaas zitten we in een restaurant waar gerookt mag worden. Hoewel het eten er goed en niet duur is nemen we geen dessert. De ruimte is te rokerig.
|
Woensdag 17 september
Omdat we nog stroom hebben (het schijnt dat we de komende 5 dagen dit niet hebben) nog maar even aan het verslag gewerkt voor het vertrek. Om 10.00 zijn we vertrokken. Eerst nog langs de supermarkt om nog wat inkopen te doen voor de komende dagen. Ook deze supermarkt (de spar) is heel groot. Zoals we in Nieuw Zeeland de Nederlandse hoekjes hebben, kennen ze hier een hoekje met Duitse artikelen. We kunnen alles vinden wat we nodig hebben en om 11.00 uur rijden we echt.
We rijden weer een heel stuk langs de kust. Gelukkig stuift het nu niet. In Henties Bay tanken we. Eén jongen vult de tank en twee anderen wassen de ramen. Wat een luxe! En de diesel is hier ook nog onder de N$10 per liter. Volgens de verhuurder zou de weg voorbij Cape Cross gesloten zijn door stortregens in april. We moeten hierdoor een andere route nemen die ook nog eens een stuk om is. Dat zou betekenen dat we ca. 45 kilometer voor Cape Cross eraf moeten. Maar we willen wel de enorme kolonie zeehonden in Cape Cross zien en besluiten daarom 90 kilometer extra te rijden. (de weg is overigens stofvrij en zonder wasbord) Ook hier moeten we een vergunning kopen om erin te kunnen. Dit kost totaal €9,- dus dat is niet duur. Na nog een stukje over een hele hobbelige weg gereden te hebben zijn we er. Een hoop lawaai en zeehondenstank geeft aan dat ze er zijn. En inderdaad, honderden zo niet duizenden zeehonden liggen op het strand. Volgens de boekjes zouden er wanneer de jongen zijn geboren zo’n 200.000 zijn. Er lopen ook nog een paar jakhalzen rond om te kijken of er iets te stelen valt. Na wat foto’s geschoten te hebben (nee, geen zeehondjes!) gaan we naar een dicht bijzijnde picknick plek. Uit de stank en het lawaai nuttigen we hier onze lunch. Bij de gate informeren nog of de weg inderdaad is afgesloten. De mevrouw vertelt dat er een kleine detour is welke ook goed begaanbaar is voor 2×2 voertuigen en campers. Gelukkig, dat scheelt een heleboel kilometers (dachten we). We komen onderweg wat wegwerkzaamhedenbordjes tegen en denken ‘is dit alles?’ Nee dus. Iets verderop is een groot bord met “detour” met pijlen naar rechts. We gaan een aardig stukje landinwaarts en zo’n km of 4 worden we van de oorspronkelijke weg afgeleid. We zien dat het water veel van de oorspronkelijke weg heeft geschaad. Als we vlakbij het dorpje Brandberg zijn, blijkt dat we niet daar moeten zijn maar bij de berg Brandberg. Dat betekent dat we toch beter van Cape Cross hadden moeten terugrijden. We komen nu uit op een niet zo’n beste D-weg en dat houdt in dat we ruim 80 km niet harder kunnen dan 50km. Uiteindelijk komen we uit in Uis een voormalig tin dorp. Hier ziet iemand ons zoeken en houdt ons aan en vraagt waar we heen moeten. In steenkool Engels en moeilijk te verstaan legt hij e.e.a. uit. We snappen er niet veel van. We geven hem wat dollars voor de uitleg en rijden zoals we zelf denken dat we moeten gaan. We rijden vrij snel op de juiste weg en de camping is dan snel gevonden. We zijn ruim voor donker op onze bestemming, maar moeten er niet aan denken om hier in het donker te rijden. Bij het inchecken blijkt dat er een restaurant is. Ze serveren een “set menu” en we kunnen toch nog uit 4 hoofdgerechten kiezen dus zo “set” is het niet. Het eten is goed en we krijgen er zelfs een heerlijke rode bietensalade bij. Als we het eten op hebben moeten we nog een eindje door het stikdonker lopen om bij de camper te komen. Dan zijn onze zaklampjes toch wel heel handig. Op de camping wordt er bij een tentengroep een zangvoorstelling gegeven door de plaatselijke bevolking. Het klinkt erg mooi en doet ons wel denken aan de Maori Songs die we van Nieuw Zeeland kennen. Met de fotocamera nemen we een stukje op zodat we er nog eens naar kunnen luisteren. |
Donderdag 18 september
Ook hier krijg je warm water door een hout gestookte kachel. De wc en douche sluit je af dmv een lat schuin voor de opening te zetten en er zit geen dak op. We gebruiken hier ook maar het ontbijtbuffet. Niet heel ruim gesorteerd maar je eet je buikje goed rond. Toen we gisteravond nog even zaten te wachten tot de tafel klaar zou zijn stond er een springbokje voor het raam. Hij keek even op en bedenkt zich niet en loopt zo het restaurant binnen. Het blijkt dus een tamme te zijn want met het ontbijt liep hij ook rond. We besluiten een stukkje om te rijden. Het grootste deel over een C-weg. Deze zijn over het algemeen beter dan de D-wegen en dus comfortabeler. We komen dan door het plaatsje Khorixas waar we kunnen tanken en dan ook langs het petrified forest komen. Het forest biedt veel versteende bomen waar je de jaarringen goed kunt zien en ook waar de takken hebben gezeten. De Aba-Huab camping valt wat tegen. Dat komt mede omdat deze in de boekjes als heel mooi wordt omschreven. Een aantal slaaphutjes zijn wat vervallen en sommigen hebben helemaal geen rieten dak meer. Ook de douches zijn maar zozo: een scheef hangend douche gordijn, een ontbrekend douchegordijn, viezigheid in het doucheputje zodat het water niet goed wegloopt en geen mogelijkheid om je spullen goed droog te houden Gelukkig staan we hier maar 1 nacht.
|
Vrijdag 19 september Aba-Huab – Palmwag
Vandaag naar Palmwag. Maar eerst naar Twyfelfontein. Hier zijn diverse rotstekeningen te zien. Net als bij Petrified Forest betaal je een klein bedrag en krijg je een plaatselijke gids mee die één en ander uitlegt. En op deze manier steun je ook de plaatselijke mensen in hun werkvoorziening. Men denkt dat de tekeningen hier door meerdere stammen zijn gemaakt. Mogelijk de Damara en de San in een periode van enige honderden tot duizenden jaren geleden. Een paar kilometer verderop ligt Burned Mountain of ook wel verbrande berg genoemd. Naast een berg met rood zand lijkt het inderdaad dat hier net brand is geweest. Schuin aan de overkant zijn de organ pipes dit zijn tot 5 meter hoge basalten zuiltjes. Ze lijken wel los te zitten maar om het los te trekken zul je wel wat gereedschap nodig hebben. Vlakbij Palmwag adviseert men eerst te tanken. We moeten een gate door die suggereert dat ze op dierproducten controleren. Menige camper heeft vlees of vleesproducten aan boord. Wij dus ook. Er wordt nergens naar gevraagd. Het enige wat ze doen is het kenteken noteren en het tijdstip van binnenkomst. (deze wordt overigens afgelezen van een gsm) Honderd meter na de gate is het tankstation. Tijdens het tanken komt er een boehoe ik ben zo zielig iemand om (weer ) zo’n sleutelhanger met naam te maken. Hij vraagt N$90 maar voor N$35 maak hij het ook. Omdat hij vandaag jarig is krijgt hij voor zijn 3 kinderen ook kleurpotloden en 3 pennen mee en hij gaat breedlachend weer weg. Even verderop is de gate van de camping & de lodge. We hebben een grote plek met zicht op de droge rivier waar de woestijnolifant zich regelmatig laat zien? Dit is immers de 3e camping waar hij zou kunnen zitten.
|
Zaterdag 20 september Palmwag
Vandaag doen we helemaal niets. De eventuele toertochten beginnen al om 7 uur en duren 8 à 10 uur. Er zijn ook 2 wandeltochten maar aangezien het gisteren boven de 35°C was zien we hier ook van af. Eerst doen we enthousiast mee aan het ontbijtbuffet. Voor de rest van de dag vermaken onszelf met lezend in de schaduw zitten en we wassen een paar dingetjes uit. Op de achtergrond horen we af en toe de muziek van de bar. Voor we het weten is het alweer 19.00 uur geweest. Tijd om aan te schuiven bij het avonddiner. We beginnen met een lekker voorgerecht: gefrituurde champignons met een knoflooksausje. Als hoofdgerecht steak, aardappels, een soort ratatouille en cream spinach. Heerlijk! En als toetje een cream chocolate mousse. Tussen de gangen door worden we geëntertaind door personeel. Onder andere door een gids van de lodge. Hij gaat een aantal keer per week op safari met gasten. Hij vertelt dat er net 2 dagen geleden nog een olifant op het terrein is geweest. Ze schijnen hier vrij regelmatig te komen om uit het zwembad te drinken. Ook zijn er regelmatig zebra’s en giraffes te zien en heel af en toe een katachtige. Helaas niet voor ons. |
Zondag 21 september Palmwag – Hobatere Camping
Vanmorgen ook meegedaan aan het ontbijtbuffet. We willen het diner van gisteravond en dit ontbijt met de creditkaart betalen. Dat viel niet mee. Het meisje dat ons hielp had hier bijna een half uur voor nodig. En waarom? Joost mag het weten. Uiteindelijk is het gelukkig wel gelukt. We ruimen onze spulletjes op en vertrekken precies om 10 uur. In de Grootberg Pass zien we 2 onyxen en een groepje Springbokken. We maken wat foto’s en opeens zegt Jack “Hé, er staat daar ook een ezel”. Ook maar een foto van nemen. Hij staat daar zo mooi op de uitkijk. Met de telelens erop blijkt het een ezel in pyjama. Een zebra dus! Ook zijn er nog wat hertenbeestjes met grote oren. (kudu’s dus) Na een aantal foto’s rijden we weer verder. Onderweg een klein stukje voor Kamanjab houden we een pauze. We houden de omgeving goed in de gaten, maar hier is helaas geen wild te spotten. In Kamanjab blijken de winkels gesloten te zijn. Dit is jammer want boord en flessenwater zou welkom zijn. We rijden een nieuwe hoofdweg op om onze route te vervolgen en rijden zomaar op een geasfalteerde weg. Wat een luxe, geen gerammel, geen kabaal en vooral geen stof. Een eindje verder zien we een aantal giraffes. Errug leuk. De camping in Hobatere is super eenvoudig, maar erg mooi gelegen. Ook hier zijn de douches en toiletten bijna in de openlucht. Met dubbel zwart doek ben je afgeschermd met de rest van de wereld en natuurlijk goede ventilatie. De campingbaas, met lang haar en een petje, (net als Ruud Gullit in de jaren 80 ) wees ons aan: bij de groene watertonnen is een mooi uitzichtpunt. En dat klopte. We stonden er nog maar net of er kwam al een groepje bavianen aan. Om ze een beetje in de gaten te houden waar ze naar toe gingen, klommen wij nog wat hoger. Beneden ons was een natte plek waar een aantal zebra’s stonden en waar de bavianen zich hadden bijgevoegd. Er was ook nog even een giraffe, maar deze trok zich terug na de aankomst van de bavianen. Even verderop stonden nog 2 onyxen. Het was een mooi schouwspel. Bij de camper was het iets minder fijn. Het stikte van de vliegen.
|
Maandag 22 september Hobatere Camping – Opuwa
We hebben voordat we weg gingen nog even de bult beklommen om te kijken of er nog beestjes te zien waren. Het blijkt dat de waterplek een kunstmatige is. Deze is nu goed gevuld. Alleen zijn er nu geen beestjes bij. Verderop scharrelt wel wat rond. We zoeken even een ander plekje en zien dan een één of ander beestje zo groot als een flinke kat. We weten alleen niet wat het is, wel natuurlijk foto’s genomen dus we kunnen nog nagaan wat het is. Was trouwens niet moeilijk. Hij stond als versteend (in dezelfde kleur als de rots) en hield ons strak in de gaten. Achter een andere rots bleek een mooie overdekte uitkijkpost te zijn. Twee bankjes erin en een schitterend uitzicht op de waterplaats. Jammer genoeg konden we hier niet de hele ochtend blijven zitten, want we horen om 10 uur van de camping af te zijn. De camping baas was bij onze camper en vroeg of we ons gisteren hadden ingeschreven. Nog niet. Hij vertelde dat er een leeuwin rond een uur of 21 bij zijn huisje/hut/kantoortje rondgesnuffeld had. M.a.w. altijd alert zijn. Als we nog niet zo lang onderweg zijn zien we de eerste hertenbeestjes. Een groep springbokjes, een paar onyxen en twee met gedraaide hoorns. Als we weer rijden krijgen we een lekke band. Na meer dan 1200 km op gravel gereden te hebben met grote scherpe stenen, krijgen we nu op een asfaltweg een lekke band. De band is helemaal stuk gereden. Door goed teamwerk hebben we de band in 20 minuten verwisseld en zijn dus weer snel onderweg. Bij de eerstvolgende rustplaats bellen we met Maui zodat zij ervoor kunnen zorgen dat in onze volgende plaats (Opuwa) een nieuwe reserve band klaarstaat. Dit valt nog niet mee. De band moet uit Windhoek komen met een koerier. In Opuwa aangekomen zien we gelijk Continental waar de band bezorgd wordt. Zogauw we stilstaan komen er kinderen om pennen vragen en jonge vrouwen met afwasbakjes vol met zelfgemaakte armbanden en kettingen. Ook is er een guide die zijn diensten aanbiedt om ons naar een Himba dorp te begeleiden. Gelukkig kunnen we de auto bij Continental op het terrein zetten en zijn we verlost. De (blanke) baas wordt gebeld en hij vertelt dat de band er morgen tussen 10 en 12 zal zijn. We gaan boodschappen doen en spreken met de guide af om morgen een toer te doen. We rijden naar het hotel waar een camping aan gekoppeld is en waar wij staan. Het is een poepsjiek hotel met internet faciliteiten en staat aan de rand van een berg. We reserveren gelijk maar een tafel om te eten. |
Dinsdag 23 september Opuwa – Ruacana
Na een mislukte poging om nog wat foto’s op de site te zetten rijden we richting het dorp. Onze Himba gids staat al aan de kant van de weg ons op te wachten. Hij stapt bij ons in de camper en vertelt dat hij al bij Continental is geweest en dat de band er tegen 12 zal zijn. We gaan eerst wat inkopen doen om de Himba’s te betalen. Dit gebeurt oa met een paar zakken meel. De gids kost ons N$ 260. Na een half uurtje rijden komen we aan bij een dorp. De gids babbelt wat met één van de mensen en wij worden er bijgehaald. Ons wordt e.e.a uitgelegd over de kleding en we mogen zoveel foto’s maken als we willen. Voor N$ 150 doen de dames ook nog een paar dansen met zang. Het stelt niet veel voor maar het is leuk om te zien. Met name hoe die kindjes tijdens het dansen op de rug zitten. Vervolgens gaan we naar nog een stam. Dit zou de familie van de gids zijn. Hier hebben een paar mannen net een geit geslacht en zijn de ingewanden aan het onderzoeken. Hier kunnen ze in lezen hoe de oogst zal zijn, of er binnenkort iemand komt te overlijden en het weer kan voorspelt worden. Hier raken we ook onze zak met drop kwijt. De gids deelt uitbundig en de kinderen en de volwassenen snoepen er gretig van. Als we weer in het dorp zijn moeten we nog een tijdje wachten tot de band er is. Uiteindelijk is het 2 uur geweest voordat we weer op doorreis zijn. De camping in Ruacana is even lastig te vinden. De camping is mooi alleen niet zo mooi gelegen er is ook niet zoveel te doen. We zouden nl. eerst ergens anders staan maar door de regenoverlast in april schijnt ook deze weg ernaartoe niet begaanbaar te zijn.
|
Woensdag 24 september Ruacana
Zo, vandaag lekker niets doen. Dat wil zeggen, er moet weer e.e.a. uitgewassen worden en dat gebeurt hier ook met de hand en met verschillende wasjes ben je daar toch wel een halve dag mee bezig. De plek waar we staan is eigenlijk teveel in de zon dus zoeken we een andere plek. Deze is snel gevonden want we staan helemaal alleen. We zullen hier alleen ‘last’ hebben van de late middag zon. Al keutelend, lezend, wassend en niets doen komen we de dag goed door. Helaas zijn we ons mooie waslijntje, welke we in NZ gevonden hadden, op een vorige camping vergeten dus moeten we de was anders ophangen. Ondanks dat het niet waait is de was snel droog. Het is dat ook zo’n 37 graden. Na al deze vermoeiende bezigheden besluiten we ook weer uit eten te gaan. |