Verder naar het zuiden

Zondag 21 februari

Vandaag een rit van ruim 300 kilometer en daarom al vroeg op pad. Er zijn 3 mogelijkheden om naar Wellington te rijden. Via de hoofdwegen 2 en 50 en via een toeristische route. Deze laatste wordt niet echt aangeraden, omdat het toch nog zo’n 40 kilometer meer is en veel langzamer rijdt. Om toch zelf eens te ervaren hoe de weg is, besluiten we zelf de proef aan te gaan. Het eerste stuk is een mooie brede rustige weg en dan volgt er toch wel een lang smal stuk met veel bochten. Het leuke van deze route is dat je langs ’s werelds langste plaatsnaam komt. Een onuitspreekbaar (Maori) woord wat eigenlijk een zin is of eigenlijk een verhaaltje. Het komt er op neer dat een Maori chief die zijn broer verloor bij een strijd, een lied speelt op zijn fluit ter herinnering aan zijn broer.
De route naar de camping viel nog niet mee. Gelukkig was het zondag en dus niet zo druk. Net op het laatste stukje waren er wegopbrekingen en werd de weg zelfs iets verlegd en als klap op de vuurpijl had de camping een iets andere naam gekregen. Maar goed, iedereen heeft het kunnen vinden.

Maandag 22 februari

Om 9 uur zitten we in de bus voor de stadstour door Wellington. Kunnen we vast zien hoe we morgen moeten rijden. De eerste stop is Old St. Pauls. Een oude kerk helemaal van 4 verschillende inheemse houtsoorten gebouwd. De kerk is nog bezet voor een begrafenis dus straks maar even terugkomen. De volgende stop is de Cable Car. Een trammetje dat door een kabel omhooggetrokken wordt. Er is er ook één in San Fransisco en, het schijnt, nergens anders op de wereld. Boven is een mini-museum over deze tram en vandaar uit wandelen we door de Botanische tuinen naar de ‘Greenhouse’ en de ‘Rosegarden’ voor een kop koffie. We rijden dan naar de ‘Beehive’, de op een bijenkorf gelijkende parlementsgebouwen. Aan de overkant staan de oude gebouwen; ook deze zijn helemaal van hout gebouwd. Daarna weer naar St. Pauls, nu is het wel open. We worden ontvangen door een vrijwilliger van de kerk en zij vertelt het één en ander over de geschiedenis. Daarna mogen we rondlopen en foto’s maken.
Net als Auckland heeft Wellington ook een uitkijkpunt. Dat is Mt. Victoria. Hier hebben we een prachtig uitzicht over de stad. Vervolgens rijden we naar Tepapa, het museum van Nieuw Zeeland. Zo groot als 3 voetbalvelden en gratis entree op een enkele tijdelijke tentoonstelling na. Ook is er een expositie over Anne Frank. Dit is onze laatste stop; we hebben maar kort de tijd om het museum in te gaan en we spreken af dat we of na 20 minuten terug zijn of op eigen gelegenheid met het openbaar vervoer. Iedereen gaat op eigen gelegenheid en de chauffeur kan naar huis.

Dinsdag 23 februari

Iedereen is al vroeg op, want we moeten om half acht bij de terminal van de ferry zijn. Bij Piet ging de wekker zelfs om half 4 al, maar dat was een vergissing. Gelukkig hebben ze nog wel 2 uurtjes kunnen doorslapen. En Eef was vergeten een knopje om te zetten (bij de wekker dus) en de wekker ging helemaal niet. De biologische klok heeft ze toch op tijd gewekt. Zowel bij ons als bij Ger & Elly zaten takjes van een boom op de camper te tikken. We hadden beide de camper al een stuk vooruit gezet, maar kennelijk net niet ver genoeg. Gelukkig heeft het deze nacht niet zo gestoord als gisternacht. Want ook ’s nachts blijft de wind flink doorgaan hier in Wellington, ‘The Windy City’. We rijden in colonne naar de boot. Dit gaat redelijk voorspoedig, want het is nog niet druk. We zitten daarom al om kwart over 7 op de boot. Nog 5 kwartier wachten op het vertrek. Ben heeft al snel een luie stoel opgezocht en heeft de luiken al gesloten. Ook Gert doet verwoede pogingen om te slapen, maar dat lukt maar half.
Na een zeer kalme vaart komen we aan in Picton. Hier scheiden weer voor een paar uur onze wegen. Via de Queen Charlotte Drive en Hwy 6 rijden we naar Nelson. Vooral het eerste deel is zeer bochtig. Onderweg komen we nog een jam-stalletje tegen met een honesty box om het gevraagde geld voor het potje jam in te doen. Wij kopen een potje met een vreemde bes en appel. Na wat later blijkt het een jam te zijn wat een beetje lijkt op appelstroop, maar toch ook weer niet. Rondom Nelson is het een beetje spitsuur, het is er tamelijk druk op de weg. Even na de afslag richting Motueka bezoeken Peter & Joke nog een interessante glasstudio. Ook het laatste stuk van de route is weer zeer bochtig en brengt ons naar een mooie camping vlakbij het strand.

Woensdag 24 februari

Vandaag een mooie wandeling door het Abel Tasman Nationale Park. We hebben het meest ideale weer. Het is droog de zon schijnt en het is niet te heet. Om kwart voor 9 lopen we met zijn allen naar de boot. Piet & Mies zitten op een andere boot. Zij lopen vandaag de lange route en gaan ervan uit dat ze de lunch op het eind in Awaroa Hut niet z

ullen halen gezien de lengte van de wandeling. Peter & Joke zitten wel bij ons op de boot alleen zij stappen een halte later uit, omdat zij voor de korte wandeling hebben gekozen.
Onderweg varen we nog langs Split Apple Rock. Een stapel stenen die van de juiste kant op een gespleten appel lijken. Om 10 uur kunnen we gaan lopen. Het eerste stuk is het zwaarst. Een flinke klim met weinig wind brengt ons op het hoogste punt. Onderweg mooi doorkijkjes naar het strand en een enkele waterval. De eerste etappe lopen we vlot. Iets voor schematijd zijn we weer bij het strand en houden we pauze, eten een boterhammetje en drinken wat. Hier splitst de groep zich. Nog een kleine klim en we zijn bij het strand waar Peter & Joke begonnen zijn. Dit stuk is met vloed niet begaanbaar en er is ook geen uitwijkmogelijkheid de hoogte in zoals op andere stukken. Het is eb en dus geen probleem. Na het strand nog een uurtje doorstappen. We gaan geleidelijk weer omhoog. Gelukkig is het pad breed en redelijk vlak wat het makkelijker maakt dan het eerste deel. Op het eind is er een splitsing. Linksaf ga je naar Awaroa Hut en rechtsaf naar Awaroa Lodge en café. De Lodge is niet meer wat het 2 jaar geleden of zelfs één jaar geleden was. De groenten- en de kruidentuin liggen er wat verwaarloosd bij. Peter & Joke zijn al gearriveerd en hebben al genoten van het strand en de zee. De lunch smaakt ons prima, maar is helaas ook niet meer van de klasse die het had.
Als het half 2 geweest is verwachten we eigenlijk dat Piet & Mies snel zullen komen. De meesten gaan naar het strand om nog even pootje te baden. Om te zwemmen is het helaas al teveel afgekoeld. De bewolking is gekomen en er is meer wind. De boot zal ons er om 4 uur oppikken. Als het bijna half 4 is, zijn Piet & Mies nog niet gearriveerd. We beginnen ons een beetje ongerust te maken. Ze zijn gelukkig zeer ervaren lopers (samen hebben ze al zo’n 100.000 geregistreerde kilometers is hun wandelboekjes staan) maar het ziet er naar uit dat de laatste splitsing hen in verwarring heeft gebracht. Als de boot te vroeg arriveert krijgen we gelukkig nog een kans want ze moeten verderop ook nog mensen oppikken. Geertje loopt nog even de kant op waar Piet & Mies vandaan moeten komen en Marjan loopt ook nog een klein stukje die kant op. Even later ziet ze het drietal lopen en brengt vast het goede nieuws aan de groep. Het blijkt dat ze de verkeerde afslag hebben genomen en dus ruim anderhalf uur extra hebben gelopen. Iedereen is zeer opgelucht en 10 minuten later kunnen we allemaal de boot op die ons weer naar het strand bij de camping zal afzetten.

Donderdag 25 februari

Ook deze dag begint stralend, maar er komt al snel bewolking. Onderweg krijgen we een paar spetters, maar het zet niet echt door.

Een mooie route door Motueka Valley en de Buller Gorge brengt ons bij de zeehonden vlakbij Westport. Hier komen we een aantal groepsleden tegen. Het zeehondenfeest speelt zich beneden op de rotsen af. De ouderen liggen te luieren en de jongen ‘rennen’ achter elkaar aan.
Richting de Pancake Rocks valt er af en toe een fikse bui en de zee is tamelijk onstuimig. Bij deze gestapelde stenen spreken we of zien we iedereen. Piet & Mies hebben steeds mazzel gehad en zijn niet één keer natgeregend anderen wel 3 keer.

Vrijdag 26 februari

Bij helder weer kun je vanaf het strand in Greymouth de gletsjers in de omgeving van Franz Josef zien. Helaas is er nog teveel (hoge) bewolking wat het uitzicht belemmert. Rob & Christie en Gert & Geertje gaan naar Shanty Town. Dit is een kunstmatig gouddelvers dorpje waar je als attractie goud kunt zeven. Christie had gehoopt haar fortuin hier binnen te halen, maar helaas is dat niet gelukt.
Zowel Piet & Mies als Ben & Anneke maken het extra rondje bij Hokitika en Piet & Mies maken nog een extra wandelingetje bij Hokitika Gorge waar mooi blauw water te zien is. Hokitika wordt aardig leeg gekocht, sieraden met Jade zijn hier dan ook te kust en te keur en bij de Glasblazerij zijn mooie glaskunstwerkjes te koop. Geertje heeft haar 2de kunstwerk van deze reis hier gekocht en Elly heeft er een mooie schaal gekocht.

Zaterdag 27 februari

Een stralende dag. Ideaal voor een helikoptervlucht of een wandeling op de gletsjer. Rob & Christie en Gert & Geertje kiezen voor de helikoptervlucht met landing op de witte sneeuw. Gisteren zijn Albert & Cock en Ger & Elly al met een vlucht boven de gletsjers gevlogen, maar dan zonder de landing.
Behalve de eerste 4 genoemden gaat iedereen voor de gletsjerwandeling. Een echte bofdag dus, het regent hier namelijk tamelijk veel en dan valt er eerlijk gezegd weinig te doen. Vliegen en wandelen zijn hier namelijk de hoofdattracties.

Zondag 28 februari

Hoewel de dag goed begint qua weer, is het toch iets minder dan gisteren. We hebben een behoorlijke rit voor de boeg met aardig wat dingen te doen onderweg. Lake Matheson ‘eist’ een vroege start, want dan waait het (bijna) niet en kun je mooie spiegelingen krijgen van de bergen en gletsjers. Doordat er een fikse aardbeving in Chili is geweest is er een tsunami alarm afgegeven voor geheel Nieuw Zeeland. Wij rijden nog een klein stukje langs de kust maar de onstuimigheid van het water is niet veel anders dan andere jaren. Op de route zit een zalmkweker. Behalve dat je er verse zalm kunt kopen is er ook gelegenheid koffie te drinken of zelfs te lunchen. Behalve Eef & Thea stopt iedereen er, al was het alleen maar voor de heerlijke scone met cream. Net voor de langste ‘one lane bridge’ is een picknick plaats en een goede plek om foto’s te maken van deze 800 meter lange brug, ware het niet dat er een hele kolonie sandflies zitten. We hebben de deur nog geen 10 seconden open of de eerste stekertjes zitten al binnen. Je kunt beter 10 muggenbulten hebben dan door 1 sandfly gestoken worden.
Op de weg door de Haast Pass zijn diverse wandelingetjes te maken en verschillende watervallen te bewonderen. Bij de Blue Pools is één en ander verandert. Vroeger hield het wandelingetje op bij een platvorm en nu is er een brug gemaakt en een pad zodat je nog een heel eind kunt doorlopen. Zo hebben er sinds vorig jaar aardig wat veranderingen plaatsgevonden op het Zuider Eiland. Zo zijn er op 2 plekken verkeerslichten geplaatst, is 1 van de 2 ‘one lane’ bruggen die je samen met de trein moest delen verdwenen, het toeristentreintje van Kingston rijdt niet meer (failliet) én we lazen in de krant dat de zeldzame vogel, de Takahe, in het vogelparkje van Te Anau niet meer leeft. Het laatste stuk van de route is langs 2 meren. Een mooi stuk met op de achtergrond de bergen.
Ondertussen is het toch een stuk koeler dan de afgelopen weken, maar ook vandaag geen regen. Dat het in Wanaka lange tijd niet of nauwelijks heeft geregend is duidelijk. Alles is dor en stoffig; een buitje is hier meer dan welkom. Op de camping is dat ook goed te merken. Waar vroeger grasveldjes waren, is nu een soort woestijn. Behalve dat dat een armoedige indruk geeft (veel campings zorgen dat hun gras toch wel een beetje groen blijft) is het er ook niet echt schoon. Een camping dus met een dikke onvoldoende.

<<Zo vrij als een vogel Op naar het eind>>
Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.